De verbouwing Deel 3

Eeuwenoude verf scannen voor het juiste kleurrecept

Door: Mirjam van Huet

Kleur is een zeer beeldbepalend onderdeel van de restauratie. In dit tweede deel van 'Kijk mee met Gert' neemt monumenteigenaar Gert van Dijkhuizen je mee in zijn zoektocht naar de perfecte kleuren tot en met het aanbrengen van de kleinste details.

Doornspijk Gert van Dijkhuizen

Foto door: Ingrid de Roode

Gert staat met zijn handen in zijn zij en zijn hoofd een tikje schuin naar de varkensschuur in aanbouw te kijken. Of beter gezegd, naar de voegen ervan. In het midden van het muurtje is een stuk met drie kleuren voegen te zien. Gert vergelijkt ze. De een is te donker, de ander te licht en de volgende te helder. ‘Een te lichte voeg is niet mooi; ik wil geen boerderette-stijl’, zegt hij overtuigd, zijn ogen nog steeds strak gericht op zijn monument in het Gelderse Doornspijk. ‘Het geheel moet er na de restauratie weer strak bij staan, maar wel met de oude uitstraling.’  

Negen keer opnieuw

De boerderij zelf is inmiddels gevoegd, maar ook dat ging niet zonder slag of stoot. ‘Sommige stukken heb ik wel negen of tien keer opnieuw laten voegen. Het is namelijk niet zo dat bij de hele boerderij en bij ieder bijgebouw dezelfde kleur voeg past. Sommige stukken moeten lichter, andere stukken donkerder. Zo was het oorspronkelijk ook. De metselaars hebben daarom continu met tinten gespeeld en het cement vaak ter plekke handmatig gemengd.’ 

Voor het schilderwerk geldt een vergelijkbaar verhaal: om de boerderij weer in de oude glorie te herstellen, worden de kleurkeuzes heel nauwkeurig afgewogen.

'Ik wil de oude uitstraling behouden'

Laag voor laag

De boerderij, die Gert erfde van zijn goede vriendin Willempje van Loo, bezit tal van kleuren. Kobaltblauwe luiken in de bedstee, ossenbloed rode balken aan het plafond, een oudroze muur in de keuken, een bonte wirwar van tinten op de gemarmerde schouw en donkergroene kozijnen aan de buitenzijde van het huis. ‘Het begint bij het vinden van de kleur die ooit als allereerste is aangebracht’, zegt Goos van Wezep van Blaauw Perioverf uit Elburg, een specialist van het eerste uur. ‘Laag voor laag verwijderen we de verf die er bijvoorbeeld op de kozijnen of de muren zit. Daarbij moeten we goed in de gaten houden wanneer we bij de eerste verflaag zijn en wanneer bij de eerste grondverflaag. De kleur van de eerste verflaag willen we nabootsen.’  ‘Met een scanapparaat nemen we de oude kleur op. Die geeft vervolgens een 'recept' op basis van kleurnummers voor de verfmengmachine. Echter, de scan kan een afwijking tot 0,03 procent hebben’, legt Van Wezep uit. ‘Daarom kleuren we het recept handmatig in, totdat we de oorspronkelijke kleur te pakken hebben.’

Pigmenten

Daarna komt de lichtinval nog om de hoek kijken. ‘Als je bij daglicht de perfecte kleur hebt, kan het met kunstlicht zomaar ineens heel anders ogen’, zegt Rolf Engels van Engels Verf uit Amsterdam. ‘En dan blijkt maar weer hoeveel schakeringen oker of ossenbloed rood er bestaan. Het is dus zaak een gemiddelde te vinden tussen die verschillende uitkomsten.’ Engels heeft een waaier met wel 1.000 verschillende kleuren, ‘maar’, zo zegt hij, ‘daarmee kom je er niet. De pigmenten van vroeger zijn anders dan die van nu. Je moet dus altijd blijven mengen om een kleur na te bootsen.’ 

Restauratie Doornspijk boerderij

'De metselaars hebben continu met tinten gespeeld'

Team van specialisten

Gert nam verschillende kleurspecialisten en -leveranciers in de arm voor de restauratie van zijn boerderij. Rolf Engels is erbij betrokken als kleurspecialist en verfmenger. Goos van Wezep als applicateur. En Hans Hartsuiker van Wijzonol Bouwverven (onderdeel van Koninklijke Van Wijhe Verf) als verfleverancier. ‘Ieder heeft zijn eigen specialisme. Samen weten ze het beste resultaat te bereiken’, verklaart Gert de uitgebreide teamsamenstelling.

Uitdaging

De mannen kunnen hun kennis zeker kwijt in de boerderij. Neem bijvoorbeeld de schouw in de keuken. Daar is in 1906 een marmerpatroon op geschilderd, om het er chiquer uit te laten zien. Groen, rood, geel en allerlei kleuren die daar tussenin bestaan, zijn terug te vinden in het 'marmer'. ‘De schouw werken we stukje bij beetje bij, met een kleurpalet in de hand. Voor ieder stukje dat bijgewerkt moet worden, kijken we wat de juiste kleur is’, zegt Van Wezep. Een andere uitdaging in de keuken is het gebloemde patroon bovenaan de muur, net onder het plafond. ‘Dat is ooit met een sjabloon aangebracht’, weet Van Wezep uit ervaring. ‘Dat is een heel oude techniek. Wij maken het straks op dezelfde manier na. We tekenen het patroon over op doorschijnend papier en maken een nieuw sjabloon. Daarmee tamponneren we de verf weer op de muur.’ 

'Stukje bij beetje, met het kleurpalet in de hand'

restauratie boerderij Doornspijk restauratie boerderij Doornspijk

Oude meesters

Applicateur Goos van Wezep kreeg het schilderen met de paplepel ingegoten. ‘Mijn vader en opa zijn ook schilder.’ Binnen zijn bedrijf Blaauw Perioverf is een derde van de schilders rond de zestig jaar oud en dus van de oude stempel. ‘Zij beheersen specialismen die vroeger standaard in de opleiding zaten. Een voor een gaan zij de komende jaren met pensioen. Daarom geven zij nu hun ervaring door aan onze jongere schilders. Bijvoorbeeld op het gebied van sjablonen en tamponneren. Zo blijft het oude ambacht bewaard.’

Restauratietip van Gert: 'neem leveranciers mee in je droom'

‘De boerderij wil ik in oude ere herstellen. Daarom vraag ik de leveranciers en vakmensen om heel precies te werken, niets mooier te maken dan het is en het exact zo te herstellen als het een eeuw geleden was. Dat kan veeleisend overkomen. Toch denk ik dat ze mij begrijpen. Door mijn liefde voor het monument op hen over te brengen, creëer ik begrip. Ik kom dagelijks kijken en ben heel betrokken. Bovendien zijn zij zelf ook echt vakidioten met passie voor monumenten.’

Reacties

Er zijn nog geen reacties