Column Vincent van Rossem

100 jaar Bauhaus

Column

Dit jaar wordt aandacht besteed aan een eeuw Bauhaus. Over de geboortedatum valt te twisten. Het beroemde schoolgebouw in Dessau dateert uit 1926, maar de theoretische grondslagen werden inderdaad in 1919 geformuleerd, deels al in 1918. Voor velen is het Bauhaus waarschijnlijk alleen een vaag begrip dat zoiets betekent als moderne vormgeving. In grote lijnen klopt dat ook wel. Het Bauhaus was een opleiding voor industriële ontwerpers, maar er was ook aandacht voor de beeldende kunst.

Foto door: NRP
Column door
Vincent van Rossem

Vincent van Rossem

Biografie

Vincent Theodore van Rossem werd geboren in Wageningen op 24 februari 1950. Hij is een Nederlands architectuurhistoricus, presentator en emeritus hoogleraar. Van Rossem werkte vanaf 1997 als architectuurhistoricus bij het Bureau Monumenten & Archeologie. Hij promoveerde in 1991 cum laude aan de Universiteit van Amsterdam en is daar sinds 1 mei 2009 is Van Rossem benoemd tot onbezoldigd gewoon hoogleraar Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken.

Dergelijke opleidingen bestonden al langer in Duitsland, bijvoorbeeld de Kunstschule in Düsseldorf, maar het Bauhaus beoogde een radicale vernieuwing van het gebruiksvoorwerp. Dat was van oudsher vooral erg mooi, denk aan Empirestijl en de Wiener Secession, en pas in de tweede plaats praktisch. Het werd met de hand gemaakt door ambachtslieden en zodoende kon alleen de betere klasse zich dergelijke luxe permitteren.

Democratisering
Het Bauhaus streefde naar goed ontworpen gebruiksvoorwerpen die op industriële schaal geproduceerd konden worden, zodat de gehele samenleving daar baat bij zou hebben. Het ging om de democratisering van de kunst. Daarbij zou de moderne architectuur zorg moeten dragen voor een goede en betaalbare woning.

Ikea het ultieme succes
Men zou kunnen zeggen dat de Ikea het ultieme succes van het Bauhaus is. Ook de moderne woning voldoet tegenwoordig ruimschoots aan elementaire eisen. Het is zelfs gelukt om voor iedereen een goede en betaalbare auto te maken. Omdat onze samenleving nog altijd niet perfect is, wordt vaak vergeten dat ook veel problemen heel doeltreffend zijn opgelost. Toen Bruno Taut, Otto Bartning en Walter Gropius, drie Duitse architecten, het Bauhaus ten doop hielden, was zoiets als de Ikea ondenkbaar en een groot deel van de bevolking woonde nog onder erbarmelijke omstandigheden.

Onbewoonbaar
Eigenlijk vieren we de honderdste verjaardag van het modernisme. Die stroming in de architectuur en in het design heeft natuurlijk ook veel onzin opgeleverd en is tenslotte min of meer ten onder gegaan aan haar eigen succes. De ultra rationele hoogbouw wijken bleken maar al te vaak onbewoonbaar te zijn. Maar de hedendaagse keuken is gewoon nog een Bauhaus keuken, ondanks de fluitketel van Michael Graves. En het zogenaamde traditionalisme in de woningbouw is niet veel meer dan een flinterdun decoratief jasje rond een woning die nauwelijks verschilt van de klassieke doorzonwoning. Sinds mijn jeugd zijn alleen auto’s nog sterk verbeterd.

Het geluk van de doorsnee burger
De enige nieuwe gedachte sinds 1919 is het hergebruik van gebouwen. Daarbij is ook echt sprake van innovatief ontwerpen. Natuurlijk werden er oude gebouwen gerestaureerd, maar dat was doorgaans een wonderlijk regressieve vorm van architectuur. Werkelijk verrassende architectuur is tegenwoordig vrijwel altijd een ontwerp voor hergebruik. Nieuwbouw onderscheidt zich alleen nog door gekkigheid. Taut, Bartning en Gropius hadden dat waarschijnlijk een fascinerende ontwikkeling gevonden. Het Bauhaus was niet uit op épater le bourgeois, zoals vaak gedacht wordt. Men wilde juist met de vernieuwing van de kunst een bijdrage leveren aan het geluk van de doorsnee burger. Dat idee zou ook nu, na een eeuw modernisme, voor elke ontwerper het uitgangspunt moeten zijn.

Reacties

Er zijn nog geen reacties